1. Beschrijving: wat is hoefbevangenheid

De acute fase kan tussen 24 en 72 uur duren. Hij eindigt abrupt, zodra de lamellenverbinding het begeeft en het hoefbeen los begint te laten van de hoefwand.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Maar hoe lang duurt het nou?

Als de oorzaak een op zichzelf staande gebeurtenis was (de hele voerton leegsmikkelen bijvoorbeeld), kan de bevangenheid binnen zes tot twaalf weken genezen zijn. Daarna duurt het ongeveer een jaar voordat de schade aan de hoef uitgegroeid is.

Als het hoefbeen gekanteld is gaat het veel langer duren dan die eerste paar weken. Soms wel een half jaar voordat het gevaar echt geweken is. Als het hoefbeen gedemineraliseerd is, zal je paard altijd min of meer hoefbevangen blijven.

Ook sommige paarden met EMS of PPID worden de rest van hun leven steeds opnieuw hoefbevangen. Zij hebben een hormonale stoornis die moeilijk of zelfs helemaal niet te verhelpen is.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

1. Beschrijving: wat is hoefbevangenheid,7. Hoeven: therapeutisch hoefbeslag, hoefschoenen of natuurlijk bekappen?

Is het helderrood bloed of is de hele witte lijn roze, dan is er vrijwel zeker sprake van acute hoefbevangenheid. Het is nu dat de weefsels in de hoef ontstoken zijn. Je moet snel ingrijpen voordat het overgaat in de chronische fase van hoefbevangenheid. Dat is de fase waarin het hoefbeen los begint te komen van de hoefwand.

Is het bloed donkerrood van kleur, soms tegen het roestbruine aan, dan is dat oud ontstekingsbloed dat ingekapseld is in wat we de lamellenwig noemen. Meestal , maar gelukkig niet altijd, is dit een aanwijzing dat de verbinding tussen de hoefwand en het hoefbeen al iets verder beschadigd is en je paard dus in de chronische fase beland is.

Je wilt meer weten

Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over paarden? Mijn boeken staan er vol mee! Toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

2. Oorzaken: wat zijn de oorzaken van hoefbevangenheid?

Er zijn verschillende oorzaken die tot hoefbevangenheid kunnen leiden. Een paar van de belangrijkste zijn:

  • Hormonale problemen (ongeveer 90% van de gevallen). Insulineproblemen (EMS/insulinedysregulatie) vormen daar het grootste deel van.
  • PPID (wat we vroeger de ziekte van Cushing noemden) is ook een hoofdverdachte, al ziet het er nu nog naar uit dat het vooral de EMS is waar 2 van de 3 paarden met PPID ook last van hebben, die de hoefbevangenheid veroorzaakt.
  • Te veel snelle suikers eten verergert de insulineproblemen.
  • Fructaan in het gras werd lang als grote boosdoener gezien. Het speelt wel een rol, maar lang niet zo’n grote als dat veel mensen denken.
  • Plotselinge veel te veel voedsel met suikers en zetmeel, zoals granen, biks of te veel voer in het algemeen, kan leiden tot een verstoring van de microflora in de darmen van je paard. Hierdoor komen er gifstoffen in de bloedbaan die hoefbevangenheid kunnen veroorzaken.
  • Gifstoffen kunnen ook van buitenaf het lichaam inkomen. Denk aan vervuild oppervlaktewater.
  • Overgewicht zal het risico op hoefbevangenheid flink vergroten.
  • Trauma of overbelasting aan een hoef, zoals een zware belasting of langdurig staan op harde ondergronden. Dit verstoort de doorbloeding en zorgt voor een zuurstoftekort, waardoor belangrijke weefsels in de hoef afsterven.
  • Infecties of ziekten kunnen ontstekingsreacties in het lichaam veroorzaken die tot hoefbevangenheid leiden.
  • Corticosteroïden als medicijn zorgen onder andere voor bloedvatvernauwing in de hoeven in zijn slecht voor de insulineproblemen.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

2. Oorzaken: wat zijn de oorzaken van hoefbevangenheid?,5. Voeding: wat is de beste voeding voor mijn hoefbevangen paard?

Weken

Heb je nog geen exacte cijfers en ben je beng dat je paard op het randje van bevangenheid balanceert? Door hooi in water te weken kun je veel overtollige suikers uitspoelen. Mengen met haver- of gerstestro (maximaal 50–50) is ook een optie [1].

Voedingsdeskundige

Heb je twijfels over je hooi, dan is het altijd een goed idee om advies in te winnen bij een voedingsdeskundige om het dieet van je paard op de juiste manier te beheren en zo hoefbevangenheid te voorkomen.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

3. Diagnose: hoe wordt hoefbevangenheid vastgesteld?

  • Sterke polsslag met een hogere frequentie (80-120 slagen per minuut). De polsslag is voelbaar in de slagaderen aan de zijkant van de kogel en op de kroonrand.
  • Spiertrillingen en hogere spierspanning.
  • Zweten.
  • Verwijde pupillen.
  • Overmatige doorbloeding van het oogslijmvlies. 
  • Verwijde neusgaten.
  • Platliggende oren. 
  • Snel ademhalen (80-100 adembewegingen per minuut). 
  • Koorts (40-41°). 
  • Langdurig warme hoeven.
  • Soms is er al een verbreding van de witte lijn zichtbaar. 
  • mmoeizaam en stram of zelfs helemaal niet willen bewegen, wendingen proberen te voorkomen.
  • De achteroverhangende laminitis-stand, heen en weer wiegen. 
  • Prikkelbaar, angstig, teruggetrokken, zuchten en kreunen.

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid‘ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

Denk je dus dat je paard hoefbevangen is, bel dan de dierenarts. Dezes zal een anamnese afnemen (vragen aan jou stellen), klinisch onderzoek doen, waarschijnlijk röntgenfoto’s nemen en bloedonderzoek doen. Met het bloedonderzoek gaat hij vooral op zoek naar EMS/insulinedysregulatie als oorzaak

YouTube player

Bel ook gelijk de hoefverzorger of hoefsmid. Al zal hij niet de diagnose stellen, hij zal waarschijnlijk toch snel in actie moeten komen. Bekappen, noodzooltjes, hoefschoenen aanmeten.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Het systeem is echter niet heel nauwkeurig. Er zijn maar vijf categorieën, waardoor subtiele pijnverergering of -vermindering onopgemerkt blijft. Dit is een nadeel. Een andere belangrijke beperking van dit systeem is dat het gebaseerd is op SIRS-gerelateerde hoefbevangenheid, terwijl de meeste paarden met endocrinopathische hoefbevangenheid te maken krijgen. Bij deze vorm is het klinische verschijnsel pijn vaak milder, het kan meer sluipend beginnen of valt tussen twee Obel-klassen in. Als dat tussen Obel 0 en 1 is, bestaat het risico dat de hoefbevangenheid onopgemerkt blijft.

Vanuit de wetenschappelijke wereld was er een sterke behoefte aan een aangepaste Obel-schaal om de ernst van endocrinopathische hoefbevangenheid beter te classificeren. Deze bestaat nu en heet de aangepaste Obel-schaal of de Meier-methode. Het is een beoordelingssysteem waarin punten worden toegekend aan verschillende klinische verschijnselen. De punten bij elkaar opgeteld geven een score op een schaal van 0 tot 12.

Het blijkt dat bij gebruik van dit systeem een beoordelaar vaak tot dezelfde uitkomst komt als hij een paard opnieuw beoordeelt en dat verschillende beoordelaars het vaak met elkaar eens zijn over hetzelfde paard. Op dit moment wordt de aangepaste schaal alleen gebruikt door wetenschappelijke onderzoekers bij het testen van behandelings- en preventiemethoden. Het zou mooi zijn als de aangepaste schaal zijn weg vindt naar de dierenartsenpraktijken.

Lees hier het hele artikel ‘A “modified Obel” method for the severity scoring of (endocrinopathic) equine laminitis‘ met daarin de aangepaste Obel-schaal zelf.

Je wilt meer weten

Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over paarden? Mijn boeken staan er vol mee! Toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

Een klinisch verschijnsel is objectief vast te stellen, terwijl een symptoom een subjectieve ervaring is van de patiënt. Omdat paarden ons niet kunnen vertellen hoe zij hun ziekte ervaren, noemen we het bij hen ‘klinische verschijnselen’. Klinische verschijnselen zijn meetbaar (bijvoorbeeld koorts, een verhoogde hartslag, een versnelde ademhaling) of zichtbaar (bijvoorbeeld zweten, standafwijkingen, verbrede witte lijn, hoefbeenkanteling op röntgenfoto).

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

BCS

De BCS (Body Condition Score) is een beoordelingssysteem om de lichaamsconditie van paarden te classificeren. We kijken hierbij naar afzetting van vet op bepaalde lichaamsdelen van het paard en kennen daar een cijfer aan toe. Een uitslag van één of twee is voor te magere paarden, drie en vier zijn redelijk en goed, vijf en zes is vooral voor insulineresistente paarden slecht nieuws. Het betekent dat ze te dik zijn.

CNS

De CNS (Cresty Neck Score) wordt gebruikt om de halsomvang en daarmee overgewicht in kaart te brengen. Het is een schaal van zes punten waarbij een uitslag van vier en hoger niet goed zijn.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

De meest voorkomende symptomen (of eigenlijk moeten we zeggen: ‘klinische verschijnselen‘) bij hoefbevangenheid zijn deze:

  • Sterke polsslag met een hogere frequentie (80-120 slagen per minuut). De polsslag is voelbaar in de slagaderen aan de zijkant van de kogel en op de kroonrand.
  • Spiertrillingen en hogere spierspanning.
  • Zweten.
  • Verwijde pupillen.
  • Overmatige doorbloeding van het oogslijmvlies. 
  • Verwijde neusgaten.
  • Platliggende oren. 
  • Toename van de ademhalingsfrequentie (80-100 adembewegingen per minuut). 
  • Koorts (40-41°). 
  • Langdurig warme hoeven.
  • Soms is er al een verbreding van de witte lijn zichtbaar. 
  • Niet willen of moeizaam en stram bewegen, wendingen proberen te voorkomen. Met name dit laatste is een veel voorkomend maar weinig herkend teken van acute hoefbevangenheid.
  • De achteroverhangende laminitis-stand, heen en weer wiegen. 
  • Prikkelbaar, angstig, teruggetrokken, zuchten en kreunen.

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid‘ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

4. Behandeling: wat te doen bij hoefbevangenheid?

Kan het kwaad?

Nee, het kan geen kwaad, maar zorg er voortaan wel voor dat je de pil verder achterin de mond geeft. Plaats het medicijn achterin de wang of achterop de tong.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

Een paard met 5 graden hoefbeenkanteling dat therapeutisch hoefbeslag en sterke pijnstillers krijgt, zonder aanpassingen in voeding, huisvesting en beweging, heeft meestal een slechter vooruitzicht dan een paard met een twee keer zo grote kanteling dat goed wordt bekapt, hoefschoenen draagt en waarbij leefomstandigheden wel direct worden aangepast.

Een goede bekapping door een vakman met ervaring met hoefbevangenheid is onmisbaar voor herstel. De gezond aangroeiende hoefwand kan het hoefbeen weer in zijn oude, normale positie brengen, maar alleen onder de juiste omstandigheden en behandeling.

Zodra dit voor elkaar is, zal je paard klinisch niet meer te onderscheiden zijn van een paard dat nooit bevangen is geweest. Binnenin de hoef zal er wel blijvende schade aan bepaalde cellen zijn, maar daar zal je paard niet direct last van hebben.

En bij een zinker of zoolperforatie dan?

Ook deze problemen zijn op te lossen, al zal het een moeizaam, pijnlijk, langdurig en soms duur proces zijn. De kans op herstel is helaas ook veel kleiner dan bij een ‘simpele’ kanteling. Vooral een zoolperforatie is een ernstige complicatie die gespecialiseerde zorg nodig heeft.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Maar zelf kun je ook al heel veel doen. Geef je paard zo natuurlijk mogelijk te eten en geef hem, zodra de pijn van de bevangenheid behapbaar is, voorzichtig beweging. Doe dit laatste alleen op goed bekapte hoeven en met zachte ondersteuning van hoefschoenen.

Helaas is het soms niet mogelijk om de oorzaak helemaal weg te nemen. Sommige ziektes, zoals PPID, zijn ongeneeslijk en onomkeerbaar. Toch kun je dan nog veel bereiken door te zorgen dat het niet erger wordt.

Sommige paarden hebben ook zó veel schade aan het hoefbeen dat ze altijd in meer of mindere mate bevangen zullen zijn. Maar ook dan kun je gelukkig nog zorgen voor optimale leefomstandigheden om het zo draaglijk mogelijk te maken voor je paard, pony of ezel.

Je wilt meer weten

Wil je alles weten over de behandeling van hoefbevangenheid? Dat komt goed uit. In ‘Hoefbevangenheid : begrijpen, genezen, voorkomen’ wordt het in detail uitgelegd met toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

Vooral als het hoefbeen door de zool breekt (zoolperforatie) en infecties of zelfs bloedvergiftiging (sepsis) veroozaken, komt dat moment erg dichtbij of wordt zelfs onafwendbaar. Hetzelfde geldt voor een ontschoening, waarbij de hele hoefcapsule loskomt van de binnenkant van de hoef. Deze ernstige complicaties zijn soms wel te behandelen en te genezen, maar daar is wel een zeer kundig team van professionals voor nodig. Het kost ook veel tijd, geld en zorgen.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Het idee dat je de lever kunt reinigen of ontgiften met bijvoorbeeld plantaardige supplementen, groene leem, chlorofyl of Schindlers mineralen, is voor een groot deel gebaseerd op marketingclaims en populaire gezondheidstrends, maar het ontbreekt aan wetenschappelijke consensus en bewijs om de gedane beweringen te ondersteunen.

Simpeler gezegd: er bestaat op dit moment gewoon nog geen ondubbelzinnig, overtuigend wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat deze kuren of supplementen echt nuttig of effectief zijn. De lever is een orgaan dat gifstoffen uit het lichaam verwijdert en het heeft daar krachtige mechanismen voor die geen hulp van buitenaf nodig hebben.

De beste manier om je paard gifstoffen kwijt te laten raken is door te vertrouwen op een goed functionerende lever, nieren, urinewegstelsel en darmen. Door beweging, door vezelrijk voedsel dat weinig snelle suikers bevat aan de darmen aan te bieden en uiteraard door te zorgen dat er geen nieuwe gifstoffen bijkomen en de hoeveelheid afvalstoffen laag blijft.

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid’ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

Alleen jij als eigenaar draagt de verantwoordelijkheid voor die beslissing. Niemand kan je vertellen dat je het móet doen. Jij kent je paard het beste en je kunt zelfs de kleinste gedragsveranderingen opmerken.

Een dierenarts kan je helpen met objectief advies over de situatie van je paard en een eerlijke prognose. Hij kijkt hierbij naar de ernst van de aandoening en het succes van behandelingen en vergelijkt met talloze andere paarden die hij in zijn praktijk heeft gezien. Het welzijn van jouw paard staat voor de dierenarts altijd voorop bij zijn advies.

Neem de tijd om te alles te overwegen en aarzel niet om anderen om advies te vragen. Palliatieve (of: terminale) zorg kan een optie zijn als euthanasie nog een te grote stap is.

Verder lezen over euthanasie bij paarden, pony’s en ezels

Deze tekst komt uit het boek ‘In liefde loslaten: de laatste reis van je paard‘. Dit boek behandelt alle aspecten van euthanasie bij paarden, pony’s en ezels op een duidelijke en objectieve manier. Het biedt ondersteuning bij het omgaan met verlies van een paard en helpt bij het nemen van afscheid.

Het is op zijn minst een opmerkelijk advies, omdat er bij hormoongerelateerde hoefbevangenheid geen sprake is van stollingsproblemen als oorzaak. Er zijn wel bloedstolsels, maar die zijn een reactie op weefselschade [1]. Omdat dit de meest voorkomende vorm van hoefbevangenheid is (90%), kun je je afvragen of je gelijk naar stollingsremmende medicijnen moet grijpen.

Er zijn namelijk ook nadelen. Bij chronische hoefbevangenheid drukt het hoefbeen van binnenuit tegen de zool. Dit kan bloedvaatjes beschadigen. Gebruik je stollingsremmers, dan ontstaan er mogelijk bloeduitstortingen.

Bij SIRS-gerelateerde hoefbevangenheid zijn bloedstolsels wél een oorzaak. Door stollingsremmers in een vroeg stadium te gebruiken, kan de schade later in het ziekteproces beperkt blijven. Van traumatische hoefbevangenheid weten we nog niet welke rol bloedstolsels spelen. Zonder de oorzaak en dus de soort hoefbevangenheid te kennen, kun je daarom niet zomaar besluiten of stollingsremmende medicijnen ingezet moeten worden. De adviezen op Facebook zijn goedbedoeld, maar de aangewezen persoon om hierover te beslissen is de dierenarts.

Wat is het verschil met bloedverdunners?

Het antwoord is eenvoudig: er is geen verschil. Stollingsremmende medicijnen worden vaak bloedverdunners genoemd. Door het remmen van de bloedstolling zal een oppervlakkige wond inderdaad langer blijven bloeden. Dat betekent echter niet dat het bloed dunner wordt. Dit is een misverstand.

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid‘ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

  1. Hoefbevangenheid is een ziekte, dus bel de dierenarts.
  2. Haal je paard van het weiland af en zet hem in de paddock of rijbak.
  3. Zorg dat hij lekker kan liggen.
  4. Koel de hoeven en onderbenen.
  5. Zorg voor schoon drinkwater.
  6. Geef arm hooi, het liefst geweekt in warm water.
  7. Geef geen eten dat veel suiker bevat.
  8. Geef een liksteen
  9. Geef magnesium.
  10. Bel een hoefverzorger of hoefsmid om de hoeven goed te bekappen.
  11. Maak noodzooltjes of gebruik hoefschoenen.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Vergeet ook niet dat stollingsproblemen bij 90% van de hoefbevangen paarden geen belangrijke rol spelen. Je kunt wilgentakken wel geven, maar verwacht er geen wonderen van. Houd in de gaten hoeveel je paard ervan eet en geef het niet als je paard een hoefbeenkanteling of zinker heeft. De stollingsremmende werking van salicine geeft dan mogelijk bloeduitstortingen in de zool.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

4. Behandeling: wat te doen bij hoefbevangenheid?,5. Voeding: wat is de beste voeding voor mijn hoefbevangen paard?

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Het eettempo gaat bij het gebruik van een graasmasker ook omlaag. Het voedsel wordt langzamer en gelijkmatiger in het spijsverteringskanaal opgenomen, waardoor de spijsvertering rustiger en efficiënter kan verlopen.

Hierdoor treden er minder schommelingen op in de bloedsuikerspiegel en worden er minder onverteerde suikers van de dunne darm naar de dikke darm getransporteerd, wat een risicofactor is voor SIRS-gerelateerde hoefbevangenheid.

Bovendien kan je paard door het dragen van een graasmasker langer op de weide blijven, wat hem de kans geeft om meer te bewegen. Dat is goed om af te vallen en het verhoogt de gevoeligheid voor insuline. Twee dingen die belangrijk zijn als je paard EMS heeft en insulineresistent is.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

4. Behandeling: wat te doen bij hoefbevangenheid?,5. Voeding: wat is de beste voeding voor mijn hoefbevangen paard?,9. Supplementen: hoe kan ik mijn paard ondersteunen?

De werking van vitamine E is optimaal als er ook voldoende selenium beschikbaar is. De absorptie van vitamine E kan worden verbeterd door vet toe te voegen aan het rantsoen van een paard. Het vet bindt zich aan de vitamine E en helpt het door de darmwand en in de bloedbaan te komen.

In gras zit meestal voldoende vitamine E. In hooi, zeker als het ouder wordt, loopt de hoeveelheid snel terug. Inkuilen en de aanwezigheid van schimmels in hooi verlagen de hoeveelheid vitamine E eveneens.

Wanneer paarden geen toegang hebben tot gras, kan het geven van ongeveer 270 mg natuurlijke vitamine E (d-alpha-tocopherol) per 100 kg lichaamsgewicht gunstig zijn.

In gras zit vitamine E
In gras zit voldoende vitamine E
(foto: Robin Jonathan Deutsch)

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid‘ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

Als EHBO-maatregel geef je magnesium ook als je de oorzaak van de hoefbevangenheid nog niet kent. Als later blijkt dat je paard niet insulineresistent is, dan is het geven van magnesium niet slecht voor het paard, tenzij hij nierproblemen heeft. Blijkt het om SIRS-gerelateerde of traumatische hoefbevangenheid te gaan, dan stop je er weer mee.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

4. Behandeling: wat te doen bij hoefbevangenheid?,8. PPID: de ziekte die we vroeger 'Cushing' noemden

Sommige van dit soort producten bevatten wel 10 verschillende werkzame stoffen of meer. Stoffen die op zichzelf in sommige onderzoeken wel enig effect hebben laten zien op klinische verschijnselen (dus niet op overproductie van melanocortines w.o. ACTH!). Vervolgens worden die producten bijna als wondermiddel aangeprezen. Ze zouden zo’n beetje elk mogelijk probleem aanpakken; problemen die onderling geen enkel verband hebben.

De cocktail-methode: waarom meer ingrediënten niet altijd beter zijn

Er is met deze cocktail-methode vaak een kloof tussen marketingbeloften en farmacologisch aantoonbare werking in relevante doseringen. Het probleem is dat de hoeveelheid werkzame stof per dagelijkse dosis veel lager kan zijn dan die in experimentele of farmacologisch relevante contexten worden gebruikt.

Marketing versus realiteit: De kloof in farmacologische werking

En dan nog de kanttekening dat veel van die onderzoeken op muizen en ratten worden gedaan en niet op paarden. Worden ze wel op paarden gedaan, dan is de onderzoekspopulatie meestal erg klein of deugt de onderzoeksopzet niet. Het metabolisme van een 500 kilo zware herbivoor is niet hetzelfde als die van een 70 kilo zware opportunistische omnivoor.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

Kortom: hoewel het lichaam efficiënt is in het afbreken van medicijnen, kunnen er dus sporen van pergolide of afbraakproducten ervan in de mest aanwezig zijn. Deze komen vervolgens in de bodem terecht waar ze invloed zouden kunnen hebben op het bodemleven.

De planten die in de bemeste grond groeien kunnen deze afbraakproducten of de werkzame stof opnemen, waarna ze in jouw lichaam terechtkomen. De kans dat ze vervolgens directe gezondheidsproblemen veroorzaken is klein. De langetermijneffecten van het consumeren van kleine hoeveelheden medicijnresten zijn echter niet goed bekend. Wat betreft pergolide, is daar zelfs helemaal niets over bekend.

Groenten met wortels die diep in de grond reiken, nemen meer van dit soort stoffen op. Denk hierbij aan wortelen, radijsjes en pastinaak.

Wil je het zekere voor het onzekere nemen en toch de mest gebruiken, doe dit dan pas na een periode van compostering van minimaal zes maanden tot een jaar. Of gebruik het gewoon niet; dan weet je het 100% zeker.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

Individuele variatie

Er zijn dierenartsen die in dit soort uitzonderlijke situaties niet uitgaan van de dosering, maar meer vanuit de situatie van het paard zelf. Zij zeggen dat de juiste dosering die is waarmee de ACTH-waarden weer normaliseren, zelfs als dit meer is dan de door de fabrikant aangegeven maximale dosis.

Tenslotte vertonen paarden, net als andere dieren, aanzienlijke fysiologische variatie. Een dosering die voor het ene paard goed werkt, hoeft niet noodzakelijk voor het andere paard net zo effectief te zijn. De fabrikant stelt de maximale dosis vast op basis van gemiddelde gevallen. Hoewel het dus echt uitzonderlijk is, kunnen er paarden zijn die deze extreem hoge dosering nodig hebben.

Monitoring

Als de bijwerkingen en de effectiviteit van de behandeling goed in de gaten worden gehouden (monitoring) en de dosering ook naar beneden bijgesteld wordt zodra dat mogelijk is, is het niet op voorhand slecht om hoog te doseren. Er is namelijk geen harde grens waarbij pergolide altijd effect zál hebben. Overigens staat in de bijsluiter van Prascend dat die monitoring al aanbevolen is voordat de grens van 5 pillen bereikt wordt. Verder zijn er geen aanwijzingen voor schadelijke effecten op weefsels (m.n. zenuwen en hypofyse) bij langdurige toepassing van hoge doses. Er is ook geen klinische ervaring met andere of ernstigere bijwerkingen bij zulke hoge doses.

Dosering van Prascend voor paarden met PPID, afgestemd op gewicht en individuele symptomen.
Hypertrichose is een veel voorkomend klinisch verschijnsel van PPID

Niet experimenteren met dosering

Misschien onnodig om te zeggen, maar ga niet zelf lopen rommelen met de dosering. Overleg aanpassing van de dosering altijd met je dierenarts. Samen hebben jullie meer kennis en inzicht dan ieder afzonderlijk. Jij kent je paard en ziet dagelijks de effecten van de behandeling. Je dierenarts heeft niet alleen de klinische ervaring om jouw paard te vergelijken met andere gevallen, maar ook de specialistische kennis van medicatie en hoe deze veilig en effectief kan worden ingezet.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

4. Behandeling: wat te doen bij hoefbevangenheid?,9. Supplementen: hoe kan ik mijn paard ondersteunen?

Andere onderzoeken waren gericht op het verlagen van de bloedsuikerspiegel na de maaltijd. Aan deze onderzoeksresultaten hebben we weinig, want paarden moeten geen maaltijden eten. Bovendien verhoogt azijn de zuurgraad van de darmen met verzuring als resultaat. Dit willen we juist vermijden.

Verder tast appelazijn het tandglazuur aan kan het bij langdurig gebruik leiden tot een kaliumtekort. Gebruik de appelazijn dus voor het op smaak brengen van je salade, maar voer het niet aan je paard.

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid’ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

Het is niet aan te raden om magnesiumsulfaat (epsomzout) te gebruiken, omdat het weinig magnesium bevat, moeilijk wordt opgenomen en darmirritatie kan veroorzaken.

Houd er rekening mee dat magnesiumaspartaat en magnesiumglutamaat neurotoxisch kunnen zijn en bij langdurig gebruik schade aan de hersenen en het zenuwstelsel kunnen veroorzaken.

Je wilt meer weten

Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over hoefbevangenheid? ‘Hoefbevangenheid : begrijpen, genezen, voorkomen’ staat er vol mee! 334 pagina’s met toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

5. Voeding: wat is de beste voeding voor mijn hoefbevangen paard?

Te simpel gedacht

Tegenwoordig weten we dat dit een te simpele kijk op de situatie is. Vooral voor insulineresistente paarden is de hoeveelheid snelle suikers (de enkel- en tweevoudige koolhydraten) en zetmeel die zij binnenkrijgen, bepalend voor de kans op het krijgen van hoefbevangenheid. Zet je deze dieren op onbeperkt hooi zonder dat je het hooi hebt laten testen, dan neem je een groot risico.

Spijsverteringsproblemen

Ook voor paarden met SIRS-gerelateerde hoefbevangenheid is onbeperkt hooi niet bij voorbaat een goed idee. Sommigen overeten zich. Snelle koolhydraten, zetmeel en fructaan komen in de dikke darm terecht en veroorzaken spijsverteringsproblemen. Dit kan hoefbevangenheid veroorzaken of verergeren.

Voedingsdeskundige

Grofstengelig ruwvoer met weinig niet-structurele koolhydraten en veel voedingsvezels is de basis van goed en gezond paardenvoer. Toch is het, met name in het geval van insulineproblemen en hoefbevangenheid, belangrijk om de voedingsbehoeften van elk individueel paard in overweging te nemen en de hoeveelheid en soort hooi daarop aan te passen. Het kan nodig zijn om de hooi-inname te beperken of aan te vullen met supplementen, om aan de behoeften van het paard te voldoen. Bij de minste twijfel is het altijd een goed idee om advies in te winnen bij een voedingsdeskundige.

Vitamine E

Vers hooi bevat bijvoorbeeld nog wel vitamine E, maar naarmate het hooi ouder wordt, loopt de hoeveelheid van deze vitamine, die het paard niet zelf aan kan maken, heel snel terug. Op een bepaald moment is het zelfs zo goed als verdwenen. Voor EMS-paarden die op een ruwvoerdieet staan is het daarom aan te raden een vitamine E-supplement te geven of een balancer die daar voldoende in voorziet. Met name in de winter, als ook de vitamine E-reserves in het paardenlichaam op zijn, is dit het geval.

Je bent dol op duidelijke antwoorden

Dat komt goed uit. Het ‘Antwoordenboek Hoefbevangenheid’ staat vol met glasheldere antwoorden op meer dan tweehonderd vragen over hoefbevangenheid en alles wat daar mee te maken heeft.

De term ‘hormoonverstorend‘ kom je vaak tegen, maar dat is gebaseerd op onderzoeken bij mensen en proefdieren (ratten en muizen) waarbij extreem hoge doses werden toegediend of, zoals bij de proefdieren, de fyto-oestrogenen levenslang werden toegediend. Die resultaten zijn niet één-op-één naar paarden te vertalen. De werking is namelijk deels soortspecifiek.

Bij mensen is vastgesteld dat zelfs leeftijd, gezondheid en de hoeveelheid van bepaald bacteriën in de darmen (microbioom) invloed hebben op hoe fyto-oestrogenen worden omgezet waardoor de uiteindelijke hormonale werking per individu kan verschillen [1].

Soja fyto-oestrogenen paard: uitleg over hormoonverstoring, lage doses sojaschroot en klinische effecten in rantsoenen.

Omdat de hoeveelheden fyto-oestrogenen in sojaschroot heel laag zijn -veel lager dan in sojabonen-, is de invloed op de geslachtshormonen van de meeste paarden meestal laag [2]. Hoewel het niet uit sluiten is en er restjes fyto-oestrogenen in het bloed aangetroffen worden na het eten van voer met daarin fyto-oestrogenen, kun je ervan uitgaan dat bij normale voederrantsoenen er bij de meeste paarden weinig of geen overtuigend bewijs is voor zogenoemde klinisch relevante effecten.

Als je bezorgd bent over fyto-oestrogenen in het rantsoen en het zekere voor het onzekere wilt nemen, kijk dan ook naar andere bronnen van fyto-oestrogenen (klaver, luzerne/alfalfa) en houd het geheel zo laag mogelijk. Al moet ook hierbij opgemerkt worden dat gemiddelde waarden in goed geoogste luzerne meestal heel laag zijn.

Je wilt meer weten

Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over paarden? Mijn boeken staan er vol mee! Toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

Je wilt meer weten

Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over paarden? Mijn boeken staan er vol mee! Toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

Er zitten weinig niet-structurele koolhydraten omdat die in het zaad zitten. De stengels zijn energie-arm ruwvoer, geschikt voor hoefbevangen paarden en paarden die moeten afvallen.

Je paard moet goed kauwen op graszaadhooi, wat voor meer speeksel en een betere spijsvertering zorgt. De voedingsvezels in graszaadhooi stimuleren de darmen.

Er zijn ook nadelen

Het bevat minder vitaminen, mineralen, sporenelementen en eiwitten dan gewoon hooi. Laat het daarom testen (ruwvoeranalyse).

Graszaadhooi kan besmet zijn met een schimmel die een gifstof afgeeft. Deze stof (mycotoxine) kan een beetje bijdragen aan het ontstaan hoefbevangenheid. Vraag daarom om een telersovereenkomst waarin staat dat het hooi schoon is.

Graszaad kan restjes pesticiden en kunstmest bevatten. Dit kan ook een stap in de richting van hoefbevangenheid zijn.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Himalaya-likstenen bevatten te weinig van de mineralen zink, koper en mangaan. Likstenen die roodgekleurd zijn, bevatten vaak te veel ijzer. Een teveel aan ijzer kan bijdragen aan insulineresistentie.

YouTube player

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

Omdat de grassoorten die in Noordwest-Europa groeien geen zetmeel opslaan, kijk je in de praktijk dus vooral naar het suikergehalte.

Wat ook van belang is, is het soort ruwvoer. In het algemeen geldt dat hard, vezelrijk, stengelig hooi een lagere energiewaarde heeft (minder calorieën bevat) dan zachter, fijner hooi. Voor de meeste paarden met EMS/insulinedysregulatie (90% van de hoefbevangen paarden), is dat beter.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

6. Huisvesting en beweging: wat is de beste huisvesting voor mijn hoefbevangen paard?

Gaat de temperatuur ’s nachts onder de vijf graden, dan neemt de hoeveel suiker in het gras toe. Tijdens koude nachten is weidegang daarom niet aan te raden.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

7. Hoeven: therapeutisch hoefbeslag, hoefschoenen of natuurlijk bekappen?

Komt er hoefbeslag bij kijken, dan heb je te maken met een smid. Dat hoefbeslag kan van ijzer zijn of van kunststof en de smid kan met zijn beslag proberen blote voeten na te bootsen.

Het woord ‘hoefverzorger’ gaat over al deze vakmensen, zolang ze geen objecten vastnagelen of -lijmen aan de hoeven. Hoefschoenen vallen daarmee onder de blootsvoetse benadering. Na gebruik kun je ze uitdoen en opbergen.

Wil je een uitgebreid antwoord op deze vraag?

Dit was het korte antwoord op de vraag. Het lange antwoord op deze en 200 andere vragen vind je in het ‘Antwoordenboek hoefbevangenheid’. Je kunt het hier direct bestellen.

8. PPID: de ziekte die we vroeger 'Cushing' noemden

Maar het bekendste en pijnlijkste probleem waar veel PPID-paarden last van hebben is natuurlijk hoefbevangenheid. Zorg dat je paard zo snel mogelijk de juiste hoefzorg krijgt. Zoek een goede hoefverzorger. Koop hoefschoenen met zachte inlegzooltjes.

Echt alles weten over PPID?

Wil je heel veel toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

Je zult vaak wel extra moeite moeten doen om de laatste levensjaren zo comfortabel en pijnloos mogelijk te laten zijn. Hoe je dat doet, lees je in dit boek:

Wat zegt de wetenschap?

Er zijn twee onderzoeken die grondig naar dit onderwerp hebben gekeken. De onderzoekers concludeerden dat de behandeling van PPID met pergolide geen invloed heeft op de hartkamerfunctie, geen afwijkingen aan de hartkleppen veroorzaakte [1] en ook geen invloed had op de hartslag als reactie op inspanning [2].

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

Monnikspeper tegen overmatige hengstigheid wordt gegeven omdat de werkzame stof zich bindt aan dopaminereceptoren in de voorkwab van de hypofyse. PPID (pituitary pars intermedia dysfunction) is echter een probleem van de middenkwab. Voor zover bekend heeft monnikspeper geen directe invloed op de hormoonproductie in deze kwab.

Wat door onderzoekers wél als mogelijk risico wordt gezien, is dat de stof zich alsnog bindt aan dopaminereceptoren en deze bezet houdt. Hierdoor kan het PPID-medicijn (zoals de dopamine-agonisten Prascend, Pergolife en Pergoquin) zijn werking mogelijk gedeeltelijk verliezen. Dit is lastig aan te tonen, omdat in bloedonderzoek geen onderscheid te maken is tussen ACTH afkomstig uit de voorkwab of de middenkwab. Hou dus vooral goed het klinische beeld in de gaten als je kiest voor de combinatie van monnikspeper en pergolide.

Dat dit risico serieus wordt genomen, blijkt ook uit humane geneeskunde. De EMA waarschuwt bij de ziekte van Parkinson dat vanwege de dopaminerge en oestrogene effecten van monnikspeper (Agnus castus), interacties met dopamine-agonisten en -antagonisten niet kunnen worden uitgesloten. Het benadrukt het belang van voorzichtig gebruik van kruidenpreparaten bij neurologische aandoeningen.

Je wilt meer weten

Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over paarden? Mijn boeken staan er vol mee! Toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.

Monitoring van hormonen zoals cortisol en leptine helpt diagnose en preventie van PPID en Cushing.
Bij weinig overtuigende klinische verschijnselen, zou een test meer zekerheid kunnen geven

Referentiewaarden

De referentiewaarden (normaalwaarden) van het laboratorium zijn aangepast om rekening te houden met de seizoensgebonden stijging, zodat de kans op fout-positieve en fout-negatieve resultaten zo klein mogelijk is.

In 2010 is er een onderzoek gedaan met bloedmonsters van meer dan 1000 paarden. Op basis daarvan zijn referentiewaarden vastgesteld die we sindsdien gebruiken voor paarden die leven in de gematigde zone van het noordelijk halfrond [1]. Dit systeem, dat nunog het meest gebruikt wordt in Nederland en België, gaat uit van twee mogelijke uitkomsten, namelijk wel of geen PPID. Van november–juli geldt een paard als PPID-positief als de waarde hoger is dan 29 pg/ml (picogram per milliliter). Van augustus–oktober ligt de grens bij 47 pg/ml.

ACVIM-waarden

Onlangs zijn door The American College of Veterinary Internal Medicine (ACVIM) veel hogere grenswaarden gedefinieerd voor de diagnose van PPID in de herfstmaanden (tabel 1). De seizoensgebonden stijging begint volgens de ACVIM ook eerder en loopt langer door. De piek ligt nog steeds in september en oktober. De indeling maakt onderscheid tussen negatief, twijfelgeval en positief. Deze indeling begint ook in Nederland en Vlaanderen steeds vaker gebruikt te worden.

EEG-waarden

De PPID-werkgroep van de Equine Endocrinology Group (EEG) adviseert een indeling in vier perioden (tabel 2). Deze indeling wordt bij ons nog niet veel gebruikt, maar begint wel steeds meer voet aan de grond te krijgen. En dat is goed nieuws omdat deze nog gedetailleerder is en minder kans geeft op fout-positieve of negatieve uitkomsten.

Laboratoriumuitslagen voor Cushing en PPID correct lezen om pseudocushing of diagnostische fouten te voorkomen.

Worden die testen niet vooral aangeboden omdat het de fabrikanten van pergolide geld oplevert?

Het testen doe je, als het goed is, in het belang van het paard. Dit belang moet losstaan van het feit dat medicijnen geld kosten, net als alle andere therapieën en remedies trouwens. Wie ze aanbiedt, verdient daar geld aan.

Vergeet ook niet dat je door te testen juist veel nauwkeuriger de dosering kunt aanpassen, bijvoorbeeld door deze naar beneden bij te stellen, een verhoging tot een minimum te beperken of dit nog even uit te stellen. Zo kun je als paardeneigenaar/consument niet alleen voorkomen dat je paard overbehandeld wordt, maar zelfs voorkomen dat de producent te veel geld verdient, mocht dat heel belangrijk voor je zijn.

Boehringer Ingelheim, de fabrikant van Prascend™, biedt elke herfst 50% korting op de laboratoriumkosten van de ACTH-test. In de kleine lettertjes staat wel dat deze korting alleen geldt als de dierenarts vervolgens Prascend™ voorschrijft. Aan jou de keuze wat je liever hebt, circa 30 euro korting of meer keuzevrijheid.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek‘.

Hormonale schommelingen

Als je het medicijn om de dag toedient, zal het op de tweede dag nauwelijks nog effect hebben. Hierdoor kunnen hormonale schommelingen ontstaan, wat voor een paard met PPID, dat al zoveel last heeft van hormonale ontregeling, een slecht idee is.

Hypofysevergroting

Sommige mensen zeggen dat ze het toch doen omdat ze aan hun paard zien ‘dat hij zich goed voelt’. Maar wat je niet kunt zien aan hoe je paard zich voelt, is de staat van de hypofyse. Het is zeer waarschijnlijk dat het opzwellen van de hypofyse verergert als deze niet voldoende wordt geremd met pergolide.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

De hele hypofyse wordt hierdoor groter en gaat druk uitoefenen op omliggende hersenstructuren, waaronder zenuwbanen in delen van de hersenstam. Zenuwsignalen van de hersenen naar de spieren raken nu mogelijk verstoord.

Helaas is hier weinig aan te doen, omdat de vergrote hypofyse niet meer kleiner wordt. Goed gedoseerde medicatie (pergolide) is nu extra belangrijk om verdere hypofysevergroting te beperken. Bespreek dit goed met je dierenarts.

Verminderde leverfunctie en ataxie

Er kan bij een atactisch PPID-paard ook een link zijn met de lever. Bij hen functioneert de lever mogelijk minder goed. Dit kan leiden tot een ophoping van gifstoffen in het bloed, die op hun beurt motorische zenuwen (bewegingszenuwen) kunnen aantasten.

Ammoniak

In zeer zeldzame gevallen zien we chronsich verhoogde ammoniakspiegels in het bloed van paarden met verminderde leverfunctie (hyperammonemie) [1]. De ophoping van ammoniak beïnvloedt de communicatie tussen zenuwcellen, vooral in de hersenen en het ruggenmerg, wat kan leiden tot verlies van controle over spierbewegingen en dus ataxie.

Vitamine E

De lever speelt verder een belangrijke rol bij de opslag en omzetting van vitamines. Bij leverproblemen kan met name een tekort aan vitamine E ontstaan, wat neurologische verschijnselen zoals ataxie kan verergeren. Vitamine E is namelijk een krachtige antioxidant die zenuwcellen beschermt tegen schade. Zonder voldoende vitamine E kunnen zenuwen ontstoken raken en afbreken, vooral in het ruggenmerg en de motorische zenuwbanen. De dierenarts zal op zoek gaan naar afwijkende leverwaarden in het bloed als hij vermoedt dat een verminderde leverfunctie een rol speelt. 

Ga niet willekeurig vitamine E supplementen, maar overleg dit met je dierenarts of voedingsdeskundige.

Klinisch beeld van ataxie bij PPID (Syndroom van Cushing) bij paarden volgens Remco Sikkel.
Zo kan ataxie eruitzien

Kan het ook iets anders zijn?

Er zijn nog allerlei andere oorzaken van ataxie mogelijk, zoals Wobbler-syndroom, EMND (Equine Motor Neuron Disease, eveneens gerelateerd aan een chronisch vitamine E tekort [2]), EHV-1 (herpes) en trauma, maar die houden geen direct verband met PPID. De precieze oorzaak van ataxie moet door een dierenarts worden vastgesteld met neurologisch onderzoek, beeldvorming (röntgen, CT/MRI) of bloedonderzoek.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek‘.

Hoewel hogere ACTH-waarden kunnen wijzen op een verder gevorderd stadium van PPID, zijn er ook andere factoren die de ernst van de aandoening bepalen, zoals het klinische beeld en hoe goed je paard reageert op de behandeling. Sommige paarden reageren vrij snel op de voorgeschreven dosis, waarbij hun ACTH-waarde bijvoorbeeld van 450 naar 150 daalt (drie keer zo laag). Andere paarden doen er langer over en hebben daarbij een hogere dosis nodig om bijvoorbeeld van 150 naar 75 te komen (een halvering).

Bloedonderzoek ACTH-waarden in de herfst voor diagnose van Cushing en PPID.

Schiet dus niet direct in de paniek als je zo’n hoge waarde ziet staan, maar overleg met je dierenarts over hoe deze uitslag zich verhoudt tot het klinisch beeld. En laat een maand na het beginnen met de medicatie opnieuw bloedonderzoek doen om te kijken óf en hoe veel de waarde gedaald is. Op basis hiervan -en het klinisch beeld- kan vervolgens ook de medicatie naar boven of beneden bijgesteld worden.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

Pergolide

In deze medicijnen zit de stof pergolide. Die zorgt ervoor dat de hypofyse weer afgeremd wordt en beter zijn werk gaat doen en stopt met het maken van te veel hormonen. De hormonale verstoring, die bij PPID-paarden voor zo veel problemen zorgt, wordt geheel of gedeeltelijk opgelost. De meeste ziekteverschijnselen verminderen of verdwijnen. Helaas kan pergolide de ziekte niet genezen.

Dosering bijstellen

Je paard zal het medicijn de rest van zijn leven nodig hebben, omdat de zenuwschade waardoor het lichaam niet genoeg dopamine kan maken onherstelbaar is. De dosering moet met het ouder worden meestal ook omhoog bijgesteld worden. Laat je paard daarom twee keer per jaar testen. Eén van die twee keer moet tijdens de seizoensgebonden stijging zijn.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID en hoe je deze ziekte kunt behandelen? Lees dan ‘Het PPID-boek’.

De ziekte van Cushing

De ziekte van Cushing wordt veroorzaakt door een goedaardig gezwel in de zogeten voorkwab van de hypofyse (hersenaanhangsel), wat leidt tot overproductie van het hormoon ACTH en daardoor een te hoge cortisolproductie door de bijnieren. Bij paarden komt deze ziekte zo goed als niet voor.

Het syndroom van Cushing

Het syndroom van Cushing is een koepelterm voor alle klachten die worden veroorzaakt door te veel cortisol in het bloed. Dit kan ontstaan door de ziekte van Cushing (wat dus uiterst zeldzaam is bij paarden), langdurig gebruik van synthetische corticosteroïden, of door bijnierafwijkingen.

PPID

Bij PPID is de middenkwab van de hypofyse hormonaal ontregeld. Dit komt doordat hij niet voldoende geremd wordt door dopamine vanuit de hypothalamus (een deel van de hersenen). De hormonale ontregeling veroorzaakt een groot deel van de verschijnselen van PPID.

De neurologische verschijnselen, zoals blindheid en ataxie, komen doordat de hypofyse in een laat stadium van PPID gaat opzwellen en op omliggende hersenweefsel drukt.

Echt alles weten over PPID?

Wil je nog veel meer toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen over PPID in het algemeen en over behandelopties in het bijzonder? Lees dan ‘Het PPID-boek’.