Grassoorten
De meest gekweekte grassoorten zijn Engels en Italiaans raaigras, rood– en rietzwenkgras. Soms wordt ook veldbeemdgras, beemdlangbloem of timotheegras gebruikt. Timotheegras en roodzwenkgras bevatten van nature minder NSK’s dan de andere genoemde grassoorten. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor het hooi van deze grassen.

(foto: Arthur Hidden)
Voordelen graszaadhooi
Naast dat graszaadhooi minder energie bevat moeten paarden ook flink kauwen op dit ruwvoer. Dit zorgt voor een verhoogde speekselproductie wat de spijsvertering ten goede komt. De structurele koolhydraten zorgen daarnaast dat de darmen harder aan het werk moeten.
Nadelen graszaadhooi
Toch kleven er ook nadelen aan het voeren van graszaadhooi. Zo bevat het vaak minder vitaminen, mineralen, sporenelementen en vooral minder eiwitten dan gewoon hooi. Graszaadhooi bevat ook zeer weinig van de essentiële aminozuren lysine en methionine. De onverzadigde vetzuren zijn grotendeels verdwenen uit het graszaadhooi. Dit kan invloed hebben op de huid, hoeven en de opname van vetoplosbare vitaminen (A, D, E, K).
Een ruwvoeranalyse is dus sterk aan te raden. De tekorten die je dan vindt, zijn voor een groot deel eenvoudig op te lossen met een breedspectrum supplement (balancer). Hier zitten de belangrijkste vitaminen en mineralen in. Voeg een beetje luzerne toe om de aminozuren aan te vullen en een scheutje lijnzaadolie voor de gezonde vetten.
Graszaadhooi is heel rijk aan lignine (houtstof). Het risico op verstoppingskoliek is groter dan bij gewoon hooi, vooral als het paard niet genoeg drinkt.
Gifstof
Een groter probleem is het feit dat er voor de productie van graszaad soms gebruik gemaakt wordt van gras dat besmet is met een symbiotische schimmel (endofyt), die de plant sterker maakt en beschermt tegen insectenvraat. Helaas geeft deze schimmel ook een gifstof (mycotoxine) af die in verband wordt gebracht met hoefbevangenheid. Het kan ontstekingsreacties veroorzaken of verergeren. Ook heeft het een vaatvernauwend effect. Dit kan leiden tot een verminderde doorbloeding van de lamellen en een verhoging van de bloeddruk in de hoef.
Een onderzoek uit 2019 vond dat meer dan 80% van beemdlangbloem besmet was met een bepaalde soort endofyten (epichloë) [1]. Bij Engels raaigras en rietzwenkgras waren de percentages met 15% minder hoog, maar nog steeds aanzienlijk.

(foto: Ivan Procházka)
Ergovaline
Ergovaline is zo’n endofyt. Het kan de doorbloeding in de hoef flink verstoren en zo allerlei klachten uitlokken – waaronder met name hoefbevangenheid -, zelfs bij een schraal rantsoen. Dat maakt het extra verwarrend wanneer je alles ‘goed’ lijkt te doen en je paard toch gevoelig reageert. Ergovaline is zo’n interessant stofje dat ik er een verdiepingsartikel over heb geschreven.
Telerovereenkomst
Met het blote oog is niet vast te stellen of het graszaadhooi met endofyten besmet is. Fouragehandelaren die aangesloten zijn bij de Nederlandse Vereniging voor Fouragehandel laten hun hooileveranciers echter een telerovereenkomst ondertekenen waarin expliciet vermeld staat dat het hooi geen endofyten bevat.
Een derde nadeel van graszaadhooi is dat het vrijwel altijd bespoten is geweest om ziektes in het zaad te voorkomen. Ook wordt vaak kwistig met kunstmest gestrooid en vindt de teelt plaats op een door monocultuur uitgeputte bodem. Niet per definitie de ideale omstandigheden voor ‘gezond’ hooi.

Je wilt meer weten
Hou je van dit soort uitgebreide en objectieve informatie over hoefbevangenheid? ‘Hoefbevangenheid : begrijpen, genezen, voorkomen’ staat er vol mee! 334 pagina’s met toegankelijke, wetenschappelijk onderbouwde kennis, inzichten en adviezen die jou en je paard gaan helpen.




